Hart- en vaatziektes

door | 22 januari 2021

Leefstijl heeft veel invloed op het ontstaan en verergeren van hart- en vaataandoeningen. In deze les krijg je enige basiskennis over hart- en vaatziekten en de link naar een (on)gezonde leefstijl.

Hart- en vaatziekten (HVZ) zijn na kanker de tweede doodsoorzaak in Nederland. De meest hart- en vaatziekten zijn het gevolg van arteriosclerose en trombose. Het medisch en voedingskundig behandelen van patiënten met hart- en vaatziekten is een taak van de arts of diëtist. De leefstijlcoach kan een rol spelen bij het aanleren en volhouden van gezonde gewoontes. Belangrijk kan zijn om het ziektebeeld te herkennen, de risicofactoren te kunnen benoemen en adviezen te kunnen geven om hart- en vaatziekten te voorkomen.

Arteriosclerose

Arteriosclerose ontstaat in de arteriën (slagaders, dus aders die bloed moeten toevoeren) wanneer in de vaatwand vet ophoopt. Hierdoor worden de slagaders almaar nauwer en stijver. Dit kan overal in het lichaam voorkomen, maar geeft vooral complicaties in de slagaders van het hart (hartinfarct en angina pectoris), de hersenen (CVA, een beroerte) en de benen (claudicatio intermittens, oftewel etalagebenen).

Factoren die het ontstaan kunnen beïnvloeden zijn:

  • Hypertensie (hoge bloeddruk)
  • Hoog cholesterol
  • Roken
  • Overgewicht
  • Diabetes mellitus

Hartinfarct / Angina pectoris

Een hartinfarct of hartaanval ontstaat wanneer een bloedstolsel of een stuk atherosclerotische plaque een kransslagader plotseling afsluit. Door die afsluiting krijgt het bijbehorende gedeelte van de hartspier geen zuurstof en overige nutriënten meer en sterft af. De afsluiting van de kransslagader gaat gepaard met een plotselinge, hevige en lang aanhoudende pijn in de borststreek, vaak uitstralend (naar de hals, armen, kaken of mond). Misselijkheid en zweten treden ook dikwijls op. Deze symptomen kunnen ook minder uitgesproken zijn. De pijn gaat niet over in rust en reageert onvoldoende op medicijnen.
Het hart ontwikkelt op de plaats van het infarct een litteken (bindweefsel). Dat deel van de hartspier werkt dan niet meer. Als gevolg van het hartinfarct treedt verlies van hartspierweefsel op.

Angina pectoris, letterlijk ‘pijn op de borst’, wordt veroorzaakt door een tijdelijk tekort in de bloedtoevoer van het hart. Dit komt vrijwel altijd door een (of meer) vernauwing(en) in een van de kransslagaders, waardoor een deel van de hartspier te weinig zuurstof krijgt. Meestal ontstaat dit gebrek aan zuurstof bij inspanning, dus als het hart harder moet werken en de hartspier meer zuurstof nodig heeft dan het vernauwde bloedvat kan aanvoeren. In tegenstelling tot bij een hartinfarct verdwijnen de symptomen bij angina pectoris kort nadat de inspanning is beëindigd. Angina pectoris geeft een typische beklemmende, drukkende pijn achter het borstbeen.

Beroerte

Een beroerte (CVA) is de verzamelnaam voor een herseninfarct en een hersenbloeding. CVA staat voor Cerebro Vasculair Accident. Bij een beroerte krijgt een deel van de hersenen te weinig bloed. In 80% van de gevallen komt dit door een herseninfarct, dat het gevolg is van een trombose (stolsel) of embolie (bloedpropje dat ergens anders is losgeraakt en vast komt te zitten). Er is dan sprake van een TIA of herseninfarct. 20% van de infarcten is een hersenbloeding. Aan de buitenkant zie je niet of iemand een afsluiting in een bloedvat of een bloeding heeft. De verschijnselen zijn gelijk. Zolang we niet weten wat de oorzaak is, noemen we het een beroerte.

Een TIA is een kortdurende afsluiting van een bloedvat in de hersenen met tijdelijke uitvalsverschijnselen. Een herseninfarct is een langer durende afsluiting van een bloedvat. De gevolgen zijn meestal direct zichtbaar en het is noodzakelijk direct te reageren zodat de duur van de afsluiting beperkt is. Een hersenbloeding is een scheurtje in een bloedvat, waardoor bloed in het omringende hersenweefsel stroomt.

Risicofactoren

De belangrijkste niet-beïnvloedbare risicofactoren voor hart- en vaatziekten zijn erfelijkheid, mannelijk geslacht en hoge leeftijd.

De belangrijkste beïnvloedbare risicofactoren voor hart- en vaatziekten zijn:

  • Roken
  • Hypertensie
  • Hoge niveaus in bloedlipiden en lipoproteïnen
  • Lichamelijke inactiviteit (verdubbelt risico)
  • Overgewicht en obesitas
  • Diabetes en ongevoeligheid voor insuline
  • Stress

LDL/HDL/VLDL

Om risico’s op hart- en vaatziektes te verminderen, werd lange tijd vooral gekeken naar cholesterol en triglyceriden in het bloed. Het blijkt echter niet zozeer te gaan om deze lipiden zelf, maar om de manier waarop ze door het bloed worden vervoerd. Hierbij zijn ze gebonden aan eiwitten (lipoproteïnen). Deze heb je in een lage dichtheid (LDL) en een hoge dichtheid (HDL). Hoge niveaus van ‘low-density lipoprotein cholesterol’, oftewel LDL, en lage niveaus van ‘high-density lipoprotein cholesterol’, HDL, betekenen dat iemand een extreem hoog risico heeft op een hartaanval onder de 60 jaar. Als de waarden omgekeerd zijn, betekent dat een zeer laag risico. HDL verwijdert namelijk cholesterol van de vaatwanden, terwijl LDL het afzet op de vaatwanden. Er is ook nog ‘very low-density lipoprotein cholesterol’ (VLDL). VLDL transporteert vetten van de lever naar de rest van het lichaam. Dit wordt steeds meer gezien als een risicofactor voor coronaire vaataandoeningen.

Dit betekent dat het totale cholesterolgehalte in het bloed niet zoveel nuttige informatie geeft. Het gaat voor het risico op hart- en vaatziekten om de verhouding tussen totaal en HDL (of tussen LDL en HDL). Een verhouding totaal:HDL van boven de 5:1 geeft een verhoogd risico. Een verhouding van 3:1 geeft een verlaagd risico. Anders gezegd: minimaal een vijfde van de lipoproteïnen moet HDL zijn.

De belangrijkste grenswaardes zijn:

Wat gemeten Te laag Optimaal Te hoog
LDL-cholesterol   <2,5 mmol/l >3,5 mmol/l
HDL-cholesterol < 0,9 mmol/l    
ratio totaal-/HDL-cholesterol   < 5  
Triglyceriden    

2,1 mmol/l

Hoge bloeddruk

Het is bij veel mensen niet duidelijk hoe hypertensie precies ontstaat (idiopatische hypertensie oftewel met onbekende oorzaak). Mogelijke factoren zijn genen, ras, leeftijd, mannelijk geslacht en gevoeligheid voor natrium (niet beïnvloedbaar), overmatig gebruik van alcohol en/of zout, tabaksgebruik, overgewicht, insulinegevoeligheid, orale anticonceptiva, lichamelijke inactiviteit en stress (wel beïnvloedbaar). En daarnaast zwangerschap.

Wat zijn grenswaarden bloeddruk (mm Hg):

Conclusie bloeddruk Bovendruk Onderdruk
Laag < 90 < 60
Optimaal 120 80
Gezond < 140 < 90
Hoog 140-160 90 -100
Zeer hoog >160 > 100

Beïnvloeding van het risico kan plaatsvinden met medicatie voor een aantal factoren en uiteraard met gedragsverandering: gezonde voeding, bewegen, beter stress leren hanteren en stoppen met roken.

Voeding en hart- en vaatziekten

Het voedingsadvies bestaat vooral uit het opvolgen van adviezen die gelden voor een normaal gezonde voeding. Dat betekent voor de meeste mensen meer groente, fruit en volkoren granen. Haal verder genoeg calcium uit zuivel. En beperk zoetigheid en transvetzuren. Gebruik voldoende omega 3 vetten.

Een te veel aan natrium veroorzaakt een hoge bloeddruk. Daarom wordt geadviseerd het natriumgebruik te beperken. De bloeddruk wordt echter niet alleen bepaald door het natriumgehalte, maar door de verhouding natrium en kalium. Als het nog onvoldoende lukt om het natriumgebruik te verlagen, kun je daarom ook je kaliumgebruik verhogen. Kalium zit o.a. in groente.

Noten bevatten veel gezonde voedingsstoffen: o.a. vetzuren, selenium, foliumzuur, vitamine E, mineralen, vezels, bioactieve stoffen. Ze zijn in normale hoeveelheden gunstig voor hart- en vaatziekten en niet nadelig voor overgewicht/obesitas. Overmatig gebruik van noten(pasta) zorgt ervoor dat je veel calorieën binnenkrijgt. Als pasta/gemalen en in olie verteren noten beter maar bevatten ze slechts een deel van de waardevolle stoffen.

Bewegen en hart- en vaatziekten

Uit onderzoek is gebleken dat inactieve mannen een twee- tot driemaal zo hoog risico hebben op coronaire aandoeningen. Lichamelijke inactiviteit geeft een verdubbeld risico op een fatale hartaanval. Om het risico te verlagen, is lichte activiteit al effectief.

De effecten van bewegen/trainen:

  • Verbetering van het vermogen om samen te trekken en het inspanningsvermogen van het hart, maar ook en de circulatie in de bloedvaten rondom het hart;
  • Verlaging van het gehalte aan LDL in het bloed en verhoging van dat van HDL;
  • Preventie van ontstekingen en verbetering van de conditie van het endotheel (de bovenste laag cellen) in bloedvaten;
  • Beheersen van lichaamsgewicht/lichaamsvet, bloedsuikerspiegel/ insulinegevoeligheid en bloeddruk (in rust);
  • Vermindering van stress;
  • Verlaging van het risico op hypertensie;
  • Aanmaak van extra capillairen (haarvaten, de kleinste bloedvaten).

Tijdens inspanning hebben mensen met een verhoogd risico op een hartaanval, een grotere kans om die te krijgen dan in rust. Maar over een periode van 24 uur hebben mensen die regelmatig actief bewegen een veel lager risico op een hartaanval dan mensen die dat niet doen. Mensen met HVZ kunnen onder begeleiding gaan trainen vanaf drie maanden nadat ze uit de klinische setting komen. Het programma zal altijd aangepast worden aan wat de persoon aan lijkt te kunnen.

Categorie: